Veel mensen die beginnen met het leren van de Portugese taal hebben al ervaring in het Spaans en vaak kiezen Spaans-sprekenden ervoor om Portugees te leren omdat ervan wordt gezegd dat het een soortgelijke taal is – maar hoe gelijk zijn ze? De talen klinken weliswaar hetzelfde en veel mensen in Latijns-Amerika die Spaans spreken zeggen dat ze zo’n 60% van Braziliaans Portugees begrijpen, maar toch zijn er enkele grote verschillen. Laten we eerst naar de gelijkenissen kijken:

Spaans en Portugees: de gelijkenissen

Zowel Spaans als Portugees behoren tot de Romaanse talen en dit betekent dat de grammatica op elkaar lijkt en soms zelfs hetzelfde is. Ook klinken veel woorden hetzelfde en ze zijn daarom makkelijk te herkennen. Mensen die allebei de talen spreken bevestigen dat Spaans en Portugees de twee Romaanse talen zijn die het meest op elkaar lijken en raden Spaans-sprekenden daarom aan om als ze een andere taal willen leren, eerst Portugees te leren.

Spaans en Portugees:  lexicale verschillen

Er zijn veel interessante voorbeelden van woorden die hetzelfde lijken in het Spaans en Portugees maar heel andere betekenissen hebben:

  • Abono – in  het Spaans betekent dit abonnement of kunstmest, in het Portugees betekent het voorschot of uitkering
  • Acordar – in het Spaans betekent dit iets onthouden of ergens mee instemmen, in het Portugees betekent het wakker worden
  • Acreditar – in het Spaans betekent dit laten zien, in het Portugees betekent dit geloven
  • Barata – in het Spaans betekent dit kakkerlak, in het Portugees betekent dit goedkoop
  • Cena – in het Spaans betekent dit avondeten, in het Portugees betekent dit scene

Dit is maar een klein voorbeeld van de vele woorden die anders zijn en je daarom moet leren om beide talen vloeiend te spreken.

Spaans en Portugees: verschillen in uitspraak

Er zijn een aantal grote verschillen tussen de uitspraak van het Spaans en het Portugees.

De eerste eigenschap die uniek is aan de uitspraak van de Portugese taal is het nasale accent op n/m aan het eind van woorden maar niet tussen klinkers. De makkelijkste manier om hieraan te wennen is om de n/m te vergelijken met de klank ‘ng’ in het Nederlands, zodat ‘bem'(goed) klinkt als ‘beng’ en ‘parabéns’ (gefeliciteerd) klinkt als ‘pa-ra’-bengs’. Dit is anders dan in het Spaans.

Het Portugees heeft vaak –ão aan het einde van woorden en dit wordt ook nasaal uitgesproken, een beetje als ‘ow’ door de neus. Alle ‘s’ klanken in het Portugees worden uitgesproken als ‘z’ tenzij ze aan de start van een woord staan of als er een dubbele s is.

Dit is het topje van de ijsberg want er zijn nog veel andere verschillen tussen het Spaans en Portugees, waar je snel achter komt als je de taal leert. Echter, het is niet te ontkennen dat als je al Spaans of Portugees spreekt, het veel sneller en makkelijker is om de andere taal te leren. Ga je bij TaalNetwerk aan de slag met een nieuwe cursus en spreek je al een andere taal, laat dat dan aan je leraar weten zodat hij of zij daar rekening mee kan houden!